Sneeuw- en ijzelbestrijding
Bij gladde wegen strooien we. Bij zware sneeuwval ruimen we eerst de wegen, om daarna te strooien. We werken volgens een strooiplan waarin we de drukste routes eerst aanpakken.
Help jezelf en help elkaar
Ook jij kan helpen. Iedereen is immers verplicht om het voetpad voor zijn deur sneeuw- en ijsvrij te houden. Verzamel de sneeuw op een hoop aan de rand, zonder hinder of gevaar voor het verkeer.
Ken je iemand in je buurt of familie die minder mobiel is, hoor dan eens hoe het gaat en of die persoon boodschappen nodig heeft. Verwarm elkaar met een telefoontje of bezoekje.
Afvalophaling verstoord
Bij hevige sneeuw of gladheid kan de afvalophaling vertraging oplopen of zelfs tijdelijk stilliggen. Hou onze communicatiekanalen (Facebook, WhatsApp-kanaal, website) in de gaten voor updates. Problemen kan je melden via het meldpunt van IVM, T 0800 13 580.
Dieren in veiligheid
Dieren verdienen extra aandacht in de winter. Zorg ervoor dat huisdieren warm en droog zitten en geef ze voldoende drinkwater. Heb je hobbydieren die buiten leven? Dan zijn kwalitatieve voeding en vers drinkwater een must. Voorzie steeds een goede beschutting tegen vorst, wind en neerslag. Tijdens langere vorst- en sneeuwperiodes kan een voederbakje vogels helpen om de koude maanden door te komen.
Tips in het verkeer
Beperk verplaatsingen die je kan uitstellen. Moet je toch de baan op?
- Te voet: wandel met een rustig tempo en neem kleine, korte passen.
- Met de fiets:
- Laat wat lucht uit de banden van jouw fiets lopen. Zo heb je meer grip en val je minder snel.
- Zet jouw zadel wat lager. Zo zet je snel beide voeten op de grond.
- Hou afstand van de stoeprand. Juist daar stapelt het ijs (en eventueel de sneeuw) zich vaak op.
- Draag uit veiligheid zeker een helm en een fluohesje.
- Met het openbaar vervoer: hinder is mogelijk, raadpleeg de app of website om jouw reis te plannen.
- Met de wagen: pas jouw rijstijl aan
- Trek rustig op en neem tijd om te remmen.
- Slipt de wagen? Laat de gaspedaal los, duw de koppeling in en stuur in de richting waarheen je wil gaan. Zodra je weer grip krijgt, zal je meteen de goede kant opgaan.
- Wijzig de bandenspanning niet (in tegenstelling tot bij een fiets). Lagere bandenspanning maakt de auto minder stabiel.
- Hou voldoende afstand en rij rustig. Iedereen heeft last van de gladheid, ook anderen kunnen minder snel remmen.
