Leerlingen GBS Evergem schrijven een boek

De leerlingen van Gemeentelijke Basisschool Evergem schrijven dit schooljaar samen aan een boek. Alle leerjaren en zelfs de peuters en kleuters doen mee. Het boek krijgt de titel 'De geheime deur'. Meester Filip gaf de eerste aanzet.

DE GEHEIME DEUR

‘Loop… Komaan, Kaatje, zo hard je kan!’ roept Lucas. Hij neemt Kaatje bij de hand en zo snel ze kunnen verdwijnen ze uit de Elslowijk. Angstig kijkt Lucas over zijn schouder in de hoop geen glimp meer van Franky op te vangen. Niemand lijkt hen nog te volgen.

‘Oef’, zucht Lucas. ‘Die Franky, grrrrrrrrr, ik krijg hem nog wel’, blaast Lucas kwaad. Franky, of beter gezegd, de bende van Franky… Ze denken baas te zijn over het speelpleintje en jagen er iedereen weg. Onlangs speelden Rayan en Bas er nog een partijtje voetbal.

Uit het niets kwamen Franky en zijn vrienden het speelveld opgelopen en namen de bal af. Ollie, de vriend van Franky, nam een scherp voorwerp en sneed ermee in het leer. Ettertjes zijn het. Het is moeilijk om het op te nemen tegen Franky. Hij is sterk, niet alleen in kracht maar ook in woorden, en al zijn vrienden luisteren naar hem.

‘Bah… ik krijg er genoeg van. Ooit zet ik hem dat betaald’, mompelt Lucas.

Lucas start overmorgen in het zesde leerjaar in de gemeentelijke basisschool van Evergem. Bij meester Jo. Wat een toffe kerel, die meester Jo. Hij maakt de hele tijd grapjes en is heel vriendelijk. Je mag hem alles vragen, behalve geld. Dat zegt hij zelf toch altijd. Lucas kijkt er enorm naar uit om bij hem in de klas te zitten. Ook Kaatje, het buurmeisje van Lucas, gaat naar het zesde. Wat een leuke en spannende tijden beleefden ze al op school. Er is geen spoor meer te bekennen van Franky en zijn ‘toffe vrienden’.

Opgelucht wandelen ze richting de sporthal van Evergem. Terwijl ze de rolschaatspiste schuin oversteken, merkt Kaatje iets op. ‘Lucas, moet je daar kijken!’ Ze wijst in de richting van het oude schoolgebouw. Lucas snapt al snel wat ze bedoelt en blijft staan om met een blik de donker geworden hemel te aanschouwen.

‘Wow, het onweer komt nu wel heel snel dichterbij. Dit halen we nooit.’ Lucas voelt de bui al hangen. Daar heeft hij nu echt geen zin in. Snel haasten ze zich naar de achterkant van de sporthal en lopen snel in de richting van het schoolgebouw. Tot hun verbazing zien ze dat het poortje achteraan het schoolgebouw op een kiertje staat.

‘Hé’, zegt Kaatje, ‘We kunnen onze weg naar huis wat inkorten langs hier.’ ‘Goed idee’, antwoordt Lucas en hij opent het hek waarlangs ze, snel stappend, het weggetje tussen de school en het voetbalplein opgaan.

‘Oh nee, te laat.’ Lucas kijkt naar boven en het lijkt alsof de hel losbarst. De lucht wordt griezelig donker en de regen valt met bakken uit de lucht. De onweerswolken zorgen ervoor dat zelfs het mooi groene gras van het voetbalplein nu een grauwe en donkergrijze kleur krijgt.

‘We moeten schuilen, Lucas!’ ‘Ik weet het, maar hier zal het niet lukken, er is hier niets!’ gebaart hij. Lucas denkt bezorgd na. Want sinds Lucas Kaatje kent, draagt hij zorg voor haar, zoals een grote broer dit voor zijn kleine zusje zou doen. Ze staan nu met hun rug tegen de muur en proberen zoveel mogelijk grote en dikke regendruppels te ontwijken. Het is immers nog een eindje wandelen naar de Azaleawijk. Want daar wonen ze. In de Azaleastraat. Hun papa’s maakten achteraan in de tuin een poortje zodat de twee tuinen met elkaar verbonden zijn. Zo konden ze altijd samen spelen, wanneer ze maar wilden.

‘Waren we maar al thuis’ zucht Lucas. Opeens hoort Lucas iets. ‘Hoorde jij dat ook, Kaatje?’ ‘Ja, het lijkt alsof er een deur open en dicht gaat.’ Terwijl ze schuilen voor het machtige onweer, tegen de muur van het oude schoolgebouw, hoort Lucas opnieuw hetzelfde geluid. En inderdaad. De deur is niet gesloten. Het is de glazen deur, achteraan het gebouw, die uitgeeft op een trap. De trap verbindt de Cijferstraat met de Tienerstraat. Daar zitten de grote jongens en meisjes van de school. Glimlachend kijken ze elkaar aan.

‘Komaan, vlug naar binnen’, maant Lucas Kaatje aan. Samen openen ze de deur en vluchten ze het oude gebouw in. Terwijl ze de regendruppels van zich afschudden valt de deur achter hen dicht. Baf! Wat een klop. Ze schrikken zich rot. En dan… Een oorverdovende stilte overvalt hen. Het onweer breekt nu echt los. Gedonder en geknetter aan de buitenkant… de lege en donkere school aan de binnenkant.

‘Laten we snel naar de zolderklas gaan,’ zegt Lucas ongeduldig tegen Kaatje, ‘daar zitten we veilig en kunnen we wachten tot het zware onweer voorbij is.’ ‘Goed idee’, antwoordt Kaatje. Ze nemen de trap naar de Tienerstraat, dan een vijftal meter naar rechts, opnieuw een trapje en daar openen ze de klasdeur. Opeens tovert een enorme bliksemflits de klas om in een heuse discozaal, om er onmiddellijk daarna een donker en angstaanjagend klaslokaal van te maken.

Het lijkt alsof het licht van de bliksemflitsen, dat door de kleine veluxramen de klas binnenkomt, telkens opnieuw de deur achteraan in de klas belicht. De geheime deur… De deur die niemand mag openen ...

Gepubliceerd op vrijdag 11 september 2020 17.47 u.