Jaarrekening 2023

In het vijfde jaar van de legislatuur stellen we vast dat onze medewerkers ‘out of the box’ blijven denken om onze dienstverlening zo goed mogelijk te garanderen. Evergem heeft een belangrijke buffer om de komende jaren in te zetten op de noodzakelijke investeringen in Evergem.

In de legislatuur 2019 – 2024 werden heel wat mooie projecten afgewerkt in 2023, andere projecten worden nog afgewerkt voor eind 2024. Voor zeven grote projecten alleen al, bedraagt de bruto-investering in deze legislatuur meer dan 45 miljoen euro:

  • dorpskernvernieuwing Rieme
  • heraanleg kruispunt Daasdonk – Bosstraat
  • herinrichting Westbeke – Buntstraat – Doornstraat – Durmestraat
  • rioleringswerken en heraanleg Droogte
  • Fietssnelweg F42
  • Nieuwbouw Gemeentelijke Basisschool Evergem
  • Renovatie koetshuis Kasteeldomein Van Wippelgem.

Met een totale geconsolideerde autofinancieringsmarge van 14,7 miljoen euro, toont de jaarrekening ons een stevig structureel evenwicht op jaarbasis. Samen met een lage schuldgraad van 131 euro per inwoner, opent dit heel wat mogelijkheden om de komende jaren de faciliteiten voor onze burgers verder uit te bouwen.

Goede huisvader

De gemeente, het OCMW en het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) beheren hun budgetten als een goede huisvader. We houden daarbij rekening met de keuzes van het bestuur en het algemeen belang. Diensten stellen ideeën en oplossingen voor, op basis van onderzoek en expertise.

Tot slot volgen we de wetgeving en richtlijnen van de hogere overheid. Vanuit deze verschillende invalshoeken worden plannen gesmeed en budgetplannen opgesteld.

Verantwoording aan de hogere overheid

De lokale besturen moeten aantonen dat ze financieel gezond zijn. De meerjarenplannen van de lokale besturen (gemeente en OCMW) moeten beantwoorden aan de volgende evenwichtsnormen:

  • Toestandsevenwicht: het geraamde beschikbaar budgettair resultaat (open definitie) moet per boekjaar groter of gelijk zijn aan nul.
  • Structureel evenwicht: de geraamde autofinancieringsmarge (open definitie) moet in het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan groter of gelijk zijn aan nul. Dit duidt aan dat het bestuur zijn netto lasten uit kapitaalsaflossingen van leningen en leasings kan dragen met het overschot uit de gewone werking (exploitatiesaldo).

Bron: vlaanderen.be

Gepubliceerd op vrijdag 28 juni 2024 0 uur